17de eeuwse schouw op gelijkvloers
Klik om te vergroten
Oude voorgevel

 

Paardenstraatje 3 (2005 - 2007)

Bouwhistorisch onderzoek

In de oostelijke zijgevel van het huis nummer 3 zijn de dichtgemetselde deur en ramen teruggevonden zoals we deze ook al hadden gezien in de westelijke zijgevel van het huis nummer 5.
Het betreft een rondboog-deur met erboven een raam. Verder onderzoek moet nog uitmaken welke muurzijde de binnen- of buitengevel betreft.
Opgemerkt is dat de oostelijke muur en de achtermuur in het huis nummer 3 ingesneden voegen hebben.
De achtergevel was weerom een amalgaam aan gedichte raamopeningen. Vreemd is dat deze openingen verschillende afmetingen hebben en blijkbaar uit één periode dateren. Ook hier moet verder onderzoek uitsluitsel geven. Zeker is al wel dat de raamopeningen behoren tot een – nog niet nader te dateren – bouwfase, en dat deze gevelopstand ouder moet zijn dan het (17de eeuws) plafond (want links boven zit een raamopening die ook doorloopt naar de 2de verdieping).
Links is een klein stukje met muurbeschildering aangetroffen. Of het hier gaat om originele beschildering of om een recuperatie dient nog uitgemaakt te worden.
Bij het verwijderen van het plafond uit (vermoedelijk begin 20ste eeuw) kwam een ouder plafond uit mogelijk de 17de eeuw.
Net als bij de huizen in het Paardenstraatje 23 en 25 zaten ook nu de holle ruimten tussen de vloer van de eerste verdieping en het plafond van de gelijkvloerse verdieping vol met allerhande interessante artefacten die een nader onderzoek vergen: houten kantklosjes, kralen, scherfjes, knopen en een Franse munt Napoleon 3 uit 1836.
De resultaten zijn zeer bemoedigend, maar roepen momenteel heel wat vragen op. De ingesneden voegen wijzen naar een buitenmuur, terwijl het eigenlijk binnenmuren dienen te zijn.
De gedichte raamopeningen in de achtergevel lijken te behoren bij een oudere bouwfase die nog niet nader kan gedateerd worden, het plafond (vloer) zijn zeker van een latere bouwfase.

Nu de gelijkvloerse verdieping nagenoeg is ontpleisterd, kan de interpretatie van de aangetroffen sporen beginnen.
Vooreerst blijkt de benedenverdieping haar 17de-eeuwse kern behouden te hebben. Niet alleen is het plafond met (oorspronkelijk bepleisterde) moer- en kinderbalken bewaard, ook de originele houten beplanking van de eerste verdieping nog ter plaatse aanwezig. De bepleistering was met verschillende stuclaagjes afgewerkt, variërend van wit tot grijzig blauw.
De muurbepleistering is helaas verdwenen, op een aantal kleine plaatsen ter hoogte van de achterste moerbalk na.
Mogelijk waren de muren voorzien van een kleurrijke (onder meer rood) beschildering voorzien, maar dit moet nog nader onderzocht worden.
Een verrassing was wellicht de schouw. Bij het onderzoek werd er van uitgegaan dat de oorspronkelijke schouw was verdwenen. Het tegendeel bleek gelukkig waar. Bij de verbouwing in het begin van de 20ste eeuw werd de schouwmantel wel recht afgewerkt, waarbij een strak maar overweldigend geheel werd bekomen, maar de originele schouwkap bleef wel bewaard.
Ook werden beide schouwwangen, voorzien van pseudo-houten-consoles, verbergt de oorspronkelijke wangen.
Aan de binnenzijde van de schouw werd een roodbeschilderde pleisterlaag aangetroffen. Het is nog te vroeg om verdere conclusies te trekken over de originele afwerking van de schouw.
Wel kan nog aangestipt worden dat de houten schouwbalk voorzien is van een beschildering. Het is echter onwaarschijnlijk dat dit de originele balk is.
Aangezien de voorgevel in recentelijk van een binnenmuur is voorzien, kunnen (nog) geen uitspraken worden gedaan over de grote van de ramen en deuropening.
Verder onderzoek van de muren heeft uitgewezen dat de oostelijke en noordelijke binnenmuur van de kamer mogelijk oorspronkelijk buitenmuren waren. De aanwezigheid van (ingevulde) raam- en deuropeningen achter de moerbalk (voor de achtergevel) en de schouw (voor de oostelijke gevel) en de ingesneden voegen wijzen in deze richting.
De hoogte van de schouw werpt echter wel een ander licht op de datering van de kelder. Er werd voor het onderzoek van uit gegaan dat deze eerder recent was. Dit dient nu te worden herzien. Helaas is deze volledig gevuld met allerhande rommel, en moet deze eerst ontruimd worden.
Bij het verwijderen van het vroeg 20ste-eeuwse-plafond kwamen uit de plafondvulling heel wat vondsten. Naast scherfjes in aardewerk en glas, kwam er ook een mooie munt uit van 10 Franse centiemen (Napoleon 3, 1863), en een aantal kantklosjes. Deze werden voor onderzoek aangeboden bij het kantcentrum "Het Ordinaaltje". Zij dateren deze klosjes in de tweede helft van de 19de eeuw, afkomstig uit Noord-Frankrijk en gebruikt voor het maken van grove kant.

Verbouwing tot nieuw lokaal van de MVSA

Woensdag 10 oktober 2007 is de aannemer begonnen met de verbouwing van het pand Paardenstraatje 3 tot "centrum voor bouwhistorisch onderzoek" (dit is een voorlopige werktitel). Als de werken meezitten kan de vereniging in februari 2008 aan de verhuis beginnen.

Foto's van de verbouwingswerkzaamheden kan je hier bekijken.